Europees Hof voor de Rechten van de Mens
77450/12
(S.M.M. t. Verenigd Koninkrijk) artikel 5 (1) EVRM –schending – lange detentie – schadevergoeding – kwetsbaar profiel – criminele feiten

Het EHRM veroordeelt het VK voor de onwettige administratieve detentie van een man uit Zimbabwe die in afwachting van een verwijdering meer dan 2 jaar in detentie zat. Hij kreeg 7.000 euro schadevergoeding toegekend.

 

Feiten

 

S.M.M., een onderdaan van Zimbabwe, woont sinds 2001 in het VK. Hij kwam het VK binnen met een tijdelijk verblijf voor zes maanden als bezoeker, maar keerde niet terug naar Zimbabwe. Hij wordt geconfronteerd met een mentale ziekte en onderneemt enkele zelfmoordpogingen. Hij vroeg meerdere malen asiel aan, maar zonder succes. Na een drugsgerelateerde arrestatie wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar. Hij kreeg ook een verwijderingsbevel. Na het uitzitten van zijn straf bleef hij in detentie in afwachting van een verwijdering. In september 2011 wordt hij op borg vrijgelaten. Na een nieuwe asielaanvraag krijgt hij in November 2012 uiteindelijk asiel. In januari 2013 wordt het uitzettingsbevel vernietigd.

 

Schending artikel 5 (1)

 

S.M.M. stelt dat zijn administratieve detentie onwettig was omdat het VK gefaald had de regels toe te passen die de vrijlating vragen van personen die slachtoffer van foltering zijn, of die lijden aan een ernstige mentale aandoening. Daarnaast stelt hij dat het onwettig was hem vast te houden met het oog op deportatie, dat terwijl er een moratorium was op gedwongen verwijdering naar Zimbabwe. Ten slotte klaagt hij de lengte van zijn detentie aan, waardoor zijn detentie willekeurig en disproportioneel zou zijn.

 

Het EHRM stelt dat de Britse autoriteiten niet in ‘bad faith’ hadden gehandeld, en dat er in deze zaak geen alternatief voor detentie voorhanden was. Het EHRM oordeelde daartegen wel dat de overheid niet met de nodige ‘due diligence’ had gehandeld. Het duurde immers bijna 2 jaar en tien maanden om over de tweede asielaanvraag te beslissen. Dit was nog meer het geval gezien de mentale gezondheidstoestand en kwetsbaarheid van de verzoeker. Het EHRM stelt dan ook dat artikel 5 §1 is geschonden.