2 juli 2019

In zijn arrest nr. 2018/1698 van 13 juni 2018 oordeelt het arbeidshof van Brussel dat ook vreemdelingen in onwettig verblijf aanspraak kunnen maken op een referentieadres bij het OCMW.

Feiten en voorgaanden

Een dakloze Fransman vroeg financiële steun aan het OCMW maar dit werd hem geweigerd omwille van zijn onwettig verblijf. Betrokkene ging in beroep tegen deze beslissing. Kort daarop weigerde het OCMW hem opnieuw steun alsook de toekenning van een referentieadres bij het OCMW. Ook tegen deze beslissingen ging betrokkene in beroep. De aanvraag tot toekenning van een huurwaarborg bleef door het OCMW onbeantwoord. Tegen het uitblijven van een beslissing stelde de man beroep in.

Arbeidshof Brussel

De voorwaarden voor een inschrijving op een referentieadres staan in artikel 1 van de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.

Het wetsartikel voorziet in:

  • een referentieadres bij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon
  • een referentieadres bij een OCMW

Artikel 1 Wet 19 juli 1991

“§ 1. In elke gemeente worden gehouden: 1° bevolkingsregisters waarin ingeschreven worden op de plaats waar zij hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben, ongeacht of zij er aanwezig dan wel tijdelijk afwezig zijn

  • de Belgen en
  • de vreemdelingen
    • die toegelaten of gemachtigd zijn om voor een langere termijn dan drie maanden in het Rijk te verblijven
    • die gemachtigd zijn zich er te vestigen, of
    • die om een andere reden ingeschreven worden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
    • met uitzondering van de vreemdelingen die zijn ingeschreven in het in 2° bedoelde register evenals de personen bedoeld in artikel 2bis van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen

[…]  
§ 2. De personen bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, worden op hun aanvraag door de gemeente waar zij gewoonlijk vertoeven, ingeschreven op een referentieadres:

  • wanneer zij in een mobiele woning verblijven
  • wanneer zij om beroepsredenen of bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats hebben of meer hebben.

Onder referentieadres wordt verstaan het adres van ofwel een natuurlijke persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister op de plaats waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, ofwel een rechtspersoon en waar, met de toestemming van deze natuurlijke persoon of deze rechtspersoon, een natuurlijke persoon zonder vaste verblijfplaats is ingeschreven.

De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de inschrijving van een andere persoon aanvaardt als referentieadres, verbindt zich ertoe daar alle voor die persoon bestemde post of alle administratieve documenten te laten toekomen. Hierbij mag de natuurlijke persoon of de rechtspersoon geen winstbejag nastreven. Enkel verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen en vennootschappen met sociaal oogmerk die minstens vijf jaar rechtspersoonlijkheid genieten en die zich in hun statuten tot doel hebben gesteld onder meer de belangen van één of meer rondtrekkende bevolkingsgroepen te behartigen of te verdedigen, kunnen optreden als rechtspersoon bij wie een natuurlijk persoon een referentieadres kan hebben.

In afwijking van het vorige lid worden de Belgische onderdanen die verbonden zijn aan de Krijgsmacht en de gezinsleden die hen vergezellen, in garnizoen in het buitenland, en die geen verblijfplaats meer hebben in België, ingeschreven op het door de minister van Landsverdediging vastgestelde referentieadres.

Op dezelfde wijze worden de personen die bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats hebben of meer hebben en die bij gebrek aan inschrijving in de bevolkingsregisters geen maatschappelijke bijstand kunnen genieten van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of om het even welk ander sociaal voordeel, ingeschreven op het adres van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar zij gewoonlijk vertoeven.

Op dezelfde wijze worden gedetineerden, met name de Belgen en de vreemdelingen die toegelaten of gemachtigd zijn om voor een langere termijn dan drie maanden in het Rijk te verblijven, die zijn opgesloten in een penitentiaire inrichting en geen verblijfplaats hebben of meer hebben, ingeschreven op het adres van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar zij het laatst stonden ingeschreven in het bevolkingsregisters. De gedetineerden, met name de Belgen en de vreemdelingen die toegelaten of gemachtigd zijn om voor een langere termijn dan drie maanden in het Rijk te verblijven, die nooit zijn ingeschreven geweest in de bevolkingsregisters van een gemeente, worden ingeschreven op het adres van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar de penitentiaire inrichting ligt.”

Interpretatie artikel 1 Wet 19 juli 1991

Volgens het Arbeidshof kan artikel 1, § 2, lid 1 van de Wet 19 juli 1991 op twee manieren geïnterpreteerd worden.

  • Bij de ene lezing van voornoemde bepaling is een wettig verblijf vereist voor een referentieadres bij een natuurlijke of rechtspersoon én bij een OCMW.
  • Bij de andere lezing is voor een referentieadres bij een OCMW geen wettig verblijf vereist.

Interpretatie 1: verwijzing naar artikel 1, § 1, lid 1, 1° slaat op alle situaties waarin beroep kan worden gedaan op een referentieadres.

Deze lezing houdt volgens het arbeidshof in dat een vreemdeling wettig moet verblijven alvorens ingeschreven te kunnen worden op een referentieadres bij een natuurlijke of rechtspersoon of bij  een OCMW.

Volgens het arbeidshof volgt uit deze lezing dat een Unieburger-werkzoekende zonder wettig verblijf  in een vicieuze cirkel zit omdat hij:

  • alleen kan worden ingeschreven op een referentieadres op voorwaarde dat hij al een verblijfsrecht van meer dan drie maanden heeft.
  • geen gebruik kan maken van een referentieadres om een aanvraag van een verklaring van inschrijving te doen.
  • met het oog op het bekomen van een verblijfsrecht geen referentieadres kan krijgen bij het OCMW wanneer hij onvoldoende bestaansmiddelen heeft.    

De inschrijving op een referentieadres bij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon naar keuze of een OCMW vereist een wettig verblijf en een eerdere inschrijving zonder referentieadres.

Interpretatie 2: de verwijzing naar artikel 1, § 1, lid 1, 1°  slaat alleen op de specifieke situatie vermeld in artikel 1, § 2, lid 1 Wet 19 juli 1991.

Om in aanmerking te komen voor een referentieadres bij een natuurlijke of rechtspersoon naar keuze moet een vreemdeling die in een mobiele woning verblijft of die geen verblijfsplaats (meer) heeft om beroepsredenen of bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen, reeds beschikken over een wettig verblijf.  De verwijzing naar een wettig verblijf in artikel 1, § 2, lid 1 slaat enkel op die welbepaalde gevallen.  

Deze lezing houdt dus in dat voor een referentieadres bij een OCMW een wettig verblijf géén vereiste is. 

Volgens het arbeidshof volgt uit deze lezing dat:

  • de inschrijving op een referentieadres bij het OCMW ook mogelijk is voor een vreemdeling die in onwettig verblijf is omdat de bepaling over een referentieadres bij een OCMW niet verwijst naar artikel 1, § 1, 1°.    
  • de vicieuze cirkel voor een vreemdeling die zijn verblijfssituatie niet kan regulariseren wegens gebrek aan een adres doorbroken wordt.
  • de ministeriële omzendbrief van 21 maart 1997 waarin enkel het niet (meer) hebben van een verblijfplaats en het aanvragen van maatschappelijke dienstverlening worden genoemd als voorwaarden voor inschrijving met een referentieadres bij een OCMW, gerespecteerd wordt. 
  • de richtlijn vrij verkeer die niet uitsluit dat een Unieburger in een gastlidstaat verblijft als dakloze die slechts over een administratief adres beschikt in de vorm van een referentieadres, gerespecteerd wordt.
  • een referentieadres bij een OCMW geen recht op inschrijving in de bevolkingsregisters opent voor zover het verblijfsrecht niet is erkend maar er enkel voor zorgt dat het OCMW de post van de betrokkene ontvangt.

Het arbeidshof overweegt dat het toekennen van een referentieadres aan een vreemdeling in onwettig verblijf:

  • verder gaat dan de dringende medische hulp die artikel 57, § 2, 1° van de organieke OCMW-wet in dergelijk geval voorziet
  • in overeenstemming is met de opdracht die de organieke wet aan de OCMW’s toekent
  • geen (bijkomende) onredelijke belasting uitmaakt

Praktijk OCMW’s

Met dit arrest gaat het arbeidshof Brussel in tegen de gevestigde praktijk van de meeste OCMW’s die erin bestaat dat ze doorgaans niet bereid zijn een referentieadres te verlenen aan een vreemdeling in onwettig verblijf (zich baserend op interpretatie 1 van de besproken bepaling).