10 februari 2017

Laatst gewijzigd 30 mei 2017

Het Bureau voor Juridische Bijstand (BJB) bij de rechtbank van eerste aanleg in Namen stelt een gezin vrij van het betalen van de retributie voor het indienen van een aanvraag op basis van artikel 9bis van de Verblijfswet (humanitaire regularisatie). De voorzitter oordeelde dat het onvermogen van de gezinsleden de vrijstelling verantwoordt. Bovendien is de vrijstelling enkel tijdelijk, in zoverre de gezinsleden niet opnieuw vermogend worden.

Feiten

De rechtbank van eerste aanleg erkende een gezin met vijf kinderen als staatlozen. Om een verblijfsmachtiging te bekomen, dienden ze een 9bis-aanvraag in. Om die aanvraag te kunnen doen, vroegen zij daarnaast in het kader van de toegekende rechtsbijstand, de vrijstelling van de retributie hiervoor vereist. In principe moet elke meerderjarige persoon die een aanvraag 9bis doet, een retributie van 215 euro betalen. Net zoals het geval is voor een resem andere types verblijfsaanvragen, is dit hier een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de aanvraag.

De advocaat wees erop dat de familie geen enkele middelen ter beschikking heeft. Zij verblijven in een opvangcentrum van Fedasil en genieten enkel materiële steun. Om dezelfde redenen hadden zij trouwens ook recht op de aanstelling van een pro deo-advocaat.

Beschikking BJB Namen

Het BJB bij de rechtbank van eerste aanleg te Namen acht het onvermogen bewezen. Daarnaast wijst het Bureau op het tijdelijk karakter van de vrijstelling van retributie. Indien de begunstigde van de rechtsbijstand terug in staat is te betalen, kunnen de voorschotten op hem worden verhaald volgens artikel 693 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.). Daarom stellen de rechters de verzoekers vrij van de betaling van de retributie.

Ook BJB Kortrijk

Het BJB bij de rechtbank van eerste aanleg in Namen staat niet alleen in haar oordeel. Ook het BJB bij de rechtbank van eerste aanleg van Kortrijk stelde een verzoeker vrij van het betalen van retributie voor een aanvraag tot humanitaire regularisatie.

Op derdenverzet van de Belgische staat stelde de vraag zich hier of het BJB wel rechtsbijstand kon verlenen voor een procedure 9bis Vw. Volgens de Belgische Staat zouden artikel 665 en 668 Ger.W. rechtsbijstand beperken tot geschillen.

De rechtbank van eerste aanleg oordeelde dat een beschikking over de rechtsbijstand ook betrekking heeft op de retributie in het kader van verblijfsaanvragen aangezien er over de aanvraag buitengerechtelijk wordt geoordeeld en tegen de beslissing een administratief beroep openstaat. Een andere interpretatie zou niet grondwetsconform zijn.