Duur opvangrecht

Het recht op opvang is niet beperkt in de tijd (RvS nr. 230.947 van 23 april 2015). De duur van de opvang is afhankelijk van de analyse van de verblijfssituatie van het gezin

Bij aankomst in het terugkeercentrum analyseert de terugkeercoach van DVZ samen met het gezin de verblijfsituatie en eventuele hangende verblijfsprocedures van het gezin. Als er procedures hangende zijn, worden deze door DVZ prioritair behandeld. Als er geen perspectief is op een verblijfsrecht, wordt een bevel om het grondgebied te verlaten betekend. Als het gezin niet bereid is vrijwillig terug te keren, kan het gezin worden overgebracht naar een terugkeerwoning beheerd door DVZ, met het oog op gedwongen terugkeer.  

Aanvang opvangrecht

Als je als minderjarige onwettig in het land verblijft met je ouders of de personen die de voogdij over je uitoefenen en je wil aanspraak maken op materiële opvang, moet je een aanvraag indienen bij het OCMW. 

De wetgever bepaalt niet wie verantwoordelijk is om hulp te verlenen aan je gezin, zolang het OCMW nog geen beslissing over je aanvraag tot opvang genomen heeft. 

De rechtspraak is hierover verdeeld. Ofwel wordt het OCMW veroordeeld tot het toekennen van maatschappelijke dienstverlening. De redenering is dan dat het OCMW je gezin moet steunen omdat de wet dit niet uitsluit en het OCMW de natuurlijke verschaffer is van maatschappelijke dienstverlening. Voorbeeld: arbeidshof van Brugge, 15 september 2010. Ofwel wordt Fedasil veroordeeld tot het voorzien van tijdelijke opvang. Voorbeeld: arbeidsrechtbank van Brussel, 26 juni 2005. 

Einde opvangrecht

Er komt een einde aan het recht op materiële opvang als het gezin:

  • getransfereerd werd naar een terugkeerwoning beheerd door de DVZ met het oog op gedwongen terugkeer
  • vrijwillig naar het land van herkomst is teruggekeerd
  • het opvangcentrum verlaat
  • een verblijfstitel verkrijgt 

  

Extra informatie