Code 207

Tijdens de asielprocedure wijst de dienst Dispatching van Fedasil (Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers) je in principe toe aan een opvangstructuur in hun opvangnetwerk.

Enkel in bijzondere omstandigheden kan Fedasil afzien van een toewijzing of een bestaande toewijzing opheffen, waardoor je recht op maatschappelijke dienstverlening krijgt bij het OCMW.

Verplichte plaats van inschrijving (code 207)

In principe kent de dienst Dispatching van Fedasil je als verplichte plaats van inschrijving een 'code 207 opvangstructuur' toe. De code 207 is een specifieke code uit het wachtregister die aangeeft of en waar je in een opvangstructuur verblijft. Het kan daarbij om een collectieve of een individuele opvangstructuur gaan (zie verder).

De 'code 207 opvangstructuur' geldt alleen maar wanneer ook de 'code 206' in het wachtregister een lopende asielprocedure aangeeft. Een verzoeker om internationale bescherming kan namelijk altijd een 'code 207 opvangstructuur' hebben, maar het recht op materiële opvang geldt alleen maar als er een asielprocedure hangende is. Een 'code 206' met een lopende asielprocedure zonder een 'code 207' geeft aan dat er recht is op financiële steun van het OCMW (zie verder).

Vreemdelingen die hun verzoek om internationale bescherming indienen aan de grens krijgen pas een 'code 207 opvangstructuur' wanneer zij tot het grondgebied worden toegelaten en het gesloten centrum kunnen verlaten. Ze moeten zich daartoe aanmelden bij de dienst Dispatching.

Opheffing code 207 en niet toewijzing code 207

Zonder code 207 heb je recht op maatschappelijke dienstverlening vanwege het OCMW. Dit zolang je asielprocedure nog loopt en op voorwaarde dat je behoeftig bent.

Opheffing code 207

In bijzondere omstandigheden, kan je de opheffing vragen van de code 207 bij Fedasil. Dit kan bijvoorbeeld wanneer je in België een familielid hebt wiens statuut gunstiger is en je die persoon wilt vervoegen

Hoe kan je dit aanvragen?
Je moet het formulier ‘aanvraag tot wijziging of opheffing van de verplichte plaats van inschrijving’ opsturen naar opheffing@fedasil.be. Je motiveert de aanvraag best goed en voegt zoveel mogelijk bewijzen toe.

Van zodra de code 207 opgeheven is, heb je twee maanden de tijd om de opvang te verlaten en kan je aanspraak maken op OCMW steun (maatschappelijke dienstverlening). Het is aan te raden om voor de opheffing informatie op te vragen bij je OCMW om er zeker van te zijn dat ze jou willen overnemen. Lees meer hierover in ‘Instructie Fedasil over de toewijzing, wijziging en opheffing van de code 207 van 24 oktober 2007.’

Niet-toewijzing code 207

Het is ook mogelijk dat Fedasil je vanaf het begin geen code 207 opvangstructuur toekent. Dit kan bijvoorbeeld in volgende situaties:

  • Je hebt op het ogenblik dat je jouw asielaanvraag indient al een ander verblijfsrecht in België
  • Je geeft aan dat je bij je familielid, bijvoorbeeld je kind of partner, die reeds een verblijfsrecht in België heeft, zal inwonen
  • Je bent een Unieburger
  • Overbezetting van het opvangnetwerk (vooral in het verleden)

Volgens het Hof van Cassatie in haar arrest van 26 november 2012, is overbezetting een bijzondere omstandigheid. Indien dit zich voordoet, moet de rechter het OCMW veroordelen tot maatschappelijke dienstverlening (equivalent leefloon). Minder recente rechtspraak aanvaardt verzadiging van het opvangnetwerk dan weer niet als een bijzondere omstandigheid. In die gevallen wordt Fedasil (al dan niet op straffe van het betalen van een dwangsom) veroordeeld tot het aanbieden van een opvangplaats.

De opvangstructuur: collectief, individueel of wijziging opvangplaats

Je kan opgevangen worden in een collectieve of een individuele opvangstructuur. Overeenkomstig de Opvangwet moet de toewijzing steeds zo optimaal mogelijk aangepast zijn aan je individuele situatie, rekening houdend met de beschikbare plaatsen bij de toewijzing aan een opvangstructuur (art.11§3 Opvangwet).

De criteria die Fedasil bij toewijzing moeten hanteren, zijn onder meer:

  • de gezinssituatie,
  • de gezondheidstoestand, 
  • kennis van een van de landstalen, 
  • de proceduretaal,
  • het behoren tot een kwetsbare groep. 

Collectieve opvang

Doorgaans word je aanvankelijk opgevangen in een collectieve opvangstructuur. Bij collectieve opvang kom je terecht in een van de centra beheerd door Fedasil of diens collectieve opvangpartners (zoals Rode Kruis en Croix-Rouge). De huidige regering geeft de voorkeur aan collectieve opvang. Individuele opvang is enkel mogelijk in uitzonderlijke gevallen.

Individuele opvang

Bij individuele opvang kom je terecht in een woning beheerd door het OCMW, een zogenaamd Lokaal Opvanginitiatief (LOI) of een woning binnen het opvangnetwerk van NGO’s zoals Ciré.

In volgende situaties kan bijvoorbeeld een individuele opvangplaats toegewezen worden direct van bij het begin van de asielprocedure:

  • zware medische problemen
  • ingeval van dringende noden op vlak van aangepaste opvang, bijvoorbeeld voor transgenders

Wijziging van opvangplaats

De Opvangwet (art. 12§1) voorziet de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen om overgeplaatst te worden naar een individuele opvangplaats bij volgende cumulatieve voorwaarden:

  • na 6 maanden ononderbroken verblijf in een collectieve opvangplaats én
  • er is nog geen beslissing van de RvV

Deze overplaatsing is een gunst en geen recht. Een transfer naar een individuele opvangplaats is in het huidige opvangmodel voorbehouden voor volgende begunstigden:

  1. met een hoge beschermingsgraad
  2. die een verblijfstitel van meer dan drie maanden verwierven
  3. die kwetsbaar zijn

1. Bewoners met een hoge beschermingsgraad

Toepassingsgebied

De regels over transfers naar individuele opvang omwille van een hoge beschermingsgraad zijn vastgelegd in een instructie van Fedasil. Om in aanmerking te komen moet de bewoner:

  • een nationaliteit hebben waarvoor de beschermingsgraad (subsidiaire bescherming en vluchtelingenstatuut) meer dan 80% is
  • minstens twee maanden in een collectieve opvangstructuur verbleven hebben
  • nog wachten op een beslissing van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de staatlozen (CGVS)

De instructie is niet van toepassing op:

  • niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV), tenzij ze samen met familieleden opgevangen worden
  • bewoners waarvan het volgend verzoek nog niet ontvankelijk werd verklaard door het CGVS

De nationaliteiten met hoge beschermingsgraad die per instructie worden vastgelegd zijn op dit moment:

  • El Salvador
  • Eritrea
  • Jemen
  • Libië
  • Palestina
  • Syrië
  • Venezuela
  • Burundi

Procedure

Bewoners die in aanmerking komen voor deze transfer worden daarover geïnformeerd door de opvangstructuren. Wanneer het gaat om NBMV die samenwonen met familieleden, moeten de opvangstructuren de voogden informeren.

De bewoners zijn niet verplicht om een transfer aan te vragen.

Wanneer ze een aanvraag wensen te doen, vult de maatschappelijk werker van het opvangcentrum het standaard aanvraagformulier in. Daarin moet alle informatie genoteerd worden die nuttig is om een LOI toe te wijzen dat zoveel mogelijk is aangepast aan de behoeften van de bewoner.

Tenzij de bewoner zelf aangeeft dat dit niet nodig is, houdt Fedasil in ieder geval rekening met:

  • de taal waarin de kinderen naar school gaan
  • medische noden
  • een arbeidscontract of een opleiding gestart bij de VDAB of Forem

In de mate van het mogelijke houdt Fedasil ook rekening met andere informatie.

Bij het aanvraagformulier moeten documenten gevoegd worden die de aanvraag ondersteunen, zoals een medische checklist, een arbeidscontract of een bewijs van inschrijving van een opleiding. De maatschappelijk werker verstuurt de aanvraag via Match-It of per mail naar de bevoegde regio van Fedasil.

Beslissing en transfer

Fedasil stuurt een beslissing binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag. Het opvangcentrum informeert de bewoner daarvan ten laatste de daaropvolgende dag.

Wanneer de bewoner de toewijzing weigert, moet dit vermeld worden op het toewijzingsdocument en ondertekend door de bewoner. Het document wordt terugbezorgd aan de regio. Bij een weigering kan de bewoner niet meer om dezelfde reden – hoge beschermingsgraad – een aanvraag transfer doen.

Wanneer de bewoner de toewijzing aanvaardt, moet de maatschappelijk werker zo snel mogelijk contact opnemen met het toegewezen LOI om de transfer te realiseren binnen de drie werkdagen.

In geval van een specifieke medische behandeling of geplande medische afspraken moet de maatschappelijk werker van het opvangcentrum:

  • het LOI daarover informeren
  • aan de bewoner de nodige medicatie meegeven waarmee hij vijf werkdagen kan overbruggen

Het sociaal en medisch dossier van de bewoner moeten ten laatste op de dag van aankomst in het nieuwe LOI overgedragen worden, ofwel direct door de maatschappelijk werker ofwel door een gesloten enveloppe via de asielzoeker.

2. Bewoners die een verblijfstitel van meer dan drie maanden verwierven

Een instructie van Fedasil legt de termijnen en procedures vast over deze transitie vanuit collectieve opvang naar individuele opvang wanneer een bewoner een verblijfstitel van meer dan drie maanden bekomt.

Toepassingsgebied

Deze instructie is van toepassing op:

  • Bewoners in de collectieve centra die een verblijf van meer dan drie maanden bekomen, namelijk:
    • een erkenning als vluchteling
    • een toekenning van subsidiaire bescherming
    • een regularisatie (ten gronde) op basis van medische of humanitaire redenen (artikel 9ter of 9bis Verblijfswet)
    • een toekenning van een A, E of F kaart op basis van gezinshereniging
  • Bewoners die worden opgevangen in het kader van het hervestigingsprogramma en die minimum 3 tot 6 weken in collectieve opvang hebben verbleven.

De instructie is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen. Voor hen is nog steeds de specifieke instructie van 23 juli 2015 van toepassing. Zie: ‘Waar heb je als niet-begeleide minderjarige recht op materiële opvang

Lees meer over deze instructie onder “Hoe lang heb je als (afgewezen) verzoeker om internationale bescherming recht op materiële opvang?”

3. Transfer omwille van aangepastheid van de opvangplaats

De Opvangwet laat ook toe om de opvangstructuur op elk moment te wijzigen indien deze niet aangepast blijkt (art. 12 §2).

De Opvangwet en het KB van 25 april 2007 voorzien in een permanente evaluatie van de opvangnoden van elke begunstigde. Dit moet gebeuren:

  • binnen de 30 dagen na de toewijzing
  • daarna door middel van een zesmaandelijks evaluatieverslag

De evaluatie moet toelaten na te gaan of het verblijf en de begeleiding in de toegewezen opvangstructuur beantwoordt aan de individuele noden van de opvangbegunstigde. Indien dat niet het geval is kan onder bepaalde voorwaarden een transferaanvraag ingediend worden voor een andere opvangplaats.

Toepassingsgebied

De transfer van opvangplaats wordt geregeld in twee instructies van Fedasil:

  • Instructie transfer aangepaste plaats omwille van medische redenen 
  • Instructie transfer aangepaste plaats omwille van andere redenen 

Beide instructies zijn van toepassing op alle bewoners in het opvangnetwerk, dus ook op niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) en zowel op collectieve als individuele opvang. Alleen niet op bewoners die reeds een verblijfsrecht van meer dan drie maanden hebben verkregen, want zij vallen onder een aparte instructie (zie hierboven). Indien nodig kunnen zij wel een transfer omwille van medische redenen aanvragen. 

Een transfer aangepaste plaats kan aangevraagd worden door: 

  • de opvangstructuur, in overleg met de bewoner en met zijn akkoord
  • de bewoner of een persoon die de bewoner aanduidt (voogd, advocaat,…). Ook indien de opvangstructuur deze aanvraag niet ondersteunt en de bewoner niet lijkt te beantwoorden aan de criteria. 

Wanneer het om een NBMV gaat is het schriftelijk akkoord van de voogd vereist. 

3.a Transfer aangepaste plaats omwille van medische redenen

Een aangepaste plaats om medische redenen kan gevraagd worden wanneer uit evaluatie blijkt dat de plaats waar de persoon verblijft medisch niet aangepast is, én wanneer deze gemotiveerd kan worden op basis van één of meerdere specifieke medische criteria: 

  • een ernstige handicap die niet compatibel is met het leven in de huidige opvangplaats
  • beperkte mobiliteit en geen aangepaste infrastructuur en geen familie om te helpen
  • zware pathologie waardoor de nabijheid van een referentieziekenhuis noodzakelijk is bijvoorbeeld dialyse, chemotherapie,…
  • verlies aan autonomie bij een alleenstaande persoon of indien de familie niet in staat is om te helpen
  • medische noodzaak aan eigen sanitair
  • zeer strikt dieet bijvoorbeeld coeliakie (NIET: diabetisch dieet, zoutloos dieet,…)
  • infectieziekten in het centrum: ziekten waartegen bewoners behorend tot een risicogroep moeten worden beschermd (bijvoorbeeld zwangere vrouwen, personen met sterk verzwakt immuunsysteem in geval van bijvoorbeeld een uitbraak van mazelen in het centrum)
  • toxicomanie met substitutietherapie en noodzaak tot nabijheid van een apotheek
  • psychiatrische problemen die niet verenigbaar zijn met het leven in een collectieve opvangplaats en mits specifieke voorwaarden voldaan zijn
  • ondersteuning van een familielid van de eerste graad dat gehospitaliseerd is en nood aan nabijheid tot het ziekenhuis
  • zware medische gevallen die continu zorgbehoevend zijn en voor wie opname in een zorginstelling noodzakelijk is

De medische cel gaat bij het onderzoek van de aanvraag ook na of er bepaalde aanpassingen kunnen gedaan worden aan de bestaande opvangplaats om tegemoet te komen aan de noden. 

3.b. Transfer aangepaste plaats omwille van andere redenen 

Een transfer aangepaste plaats kan enkel worden ingediend wanneer er geen andere transferaanvraag (bijvoorbeeld medisch of in het kader van een ordemaatregel) hangende is. Wanneer medische redenen de voornaamste redenen zijn dan moet een transfer aangepaste plaats omwille van medische redenen gevraagd worden. 

Een transfer aangepaste plaats omwille van andere dan medische redenen kan worden aangevraagd wanneer uit de evaluatie van de individuele noden blijkt dat: 

  • de huidige opvangplaats ondanks de inspanningen en ondernomen stappen niet in staat is om te beantwoorden aan deze noden of
  • de bewoner binnen de vastgelegde criteria voor een aangepaste plaats valt:
    • Taal van de school: indien een kind in een andere taalregio naar school ging gedurende minstens drie maanden of wanneer het voldoende taalkennis heeft om een scholing in een andere taalregio verder te zetten.
    • Hereniging met een gezinslid uit het kerngezin (partner, minderjarige kind of meerderjarig ongehuwd kind ten laste) of met een lid van de uitgebreide familie in geval van kwetsbaarheid. Het kan zowel gaan om een hereniging met iemand die opgevangen wordt in het opvangnetwerk als om het dichterbij gaan wonen bij iemand die al elders gevestigd is op het grondgebied.
    • Tewerkstelling (NIET: studentenjob): minimum een halftijds contract bepaalde duur van minimum 1 maand en zolang dit niet onder de voorwaarden voor opheffing valt. Hierbij moet ook het bewijs geleverd worden dat de bewoner reeds bijdragen heeft betaald ofwel een verbintenis tot betaling in de nieuwe opvangstructuur. 
    • Opleiding: wanneer ingeschreven in een opleiding aangeboden door de VDAB of Forem, of door een hogeschool of universiteit
    • Isolement: wanneer een bewoner als enige in de opvangstructuur uit een bepaald land afkomstig is of als enige een bepaalde taal spreekt, én indien dit een duidelijke impact heeft op zijn welzijn. 

De aangepaste plaats kan een individuele of collectieve plaats zijn, wat betekent dat bijvoorbeeld een bewoner die vanuit individuele opvang een aanvraag doet een collectieve plaats kan toegewezen krijgen. Toewijzingen aan individuele plaatsen zijn volgens de instructie van Fedasil en het opvangmodel dat momenteel wordt toegepast voorbehouden aan specifieke personen (zie hierboven).

In geval van hereniging van gezinsleden bepaalt Fedasil zelf waar de hereniging zal plaatsvinden. Verder vermeldt de instructie ook duidelijk dat bij de beoordeling van de aanvraag rekening zal gehouden worden met de procedurele situatie van de bewoner, bijvoorbeeld of de bewoner in de opvang verblijft na veroordeling door de arbeidsrechtbank. 

Procedure

  • Ingeval de aanvraag ondersteund wordt door de opvangstructuur.
    • de sociaal werker vult een specifiek formulier in
    • de bewoner en de verantwoordelijke van de opvangstructuur ondertekenen het document
    • alle nuttige bewijzen en bijkomende informatie worden hierbij gevoegd
    • het formulier en bijkomende documenten worden per mail of via Match-it door de sociaal werker aan Fedasil bezorgd
    • medische documenten worden apart via mail aan de regionale medische cel van Fedasil gestuurd
  • Ingeval de aanvraag niet ondersteund wordt door de opvangstructuur

De procedure is in dit geval hetzelfde MAAR:

    • de sociaal werker bezorgt de bewoner alle documenten die de aanvraag kunnen ondersteunen bijvoorbeeld individuele evaluatie, bewijsstukken voor de criteria,… en het formulier dat de bewoner zelf moet invullen en ondertekenen
    • de aanvraag moet niet ondertekend worden door de verantwoordelijke van de opvangstructuur
    • de opvangstructuur communiceert schriftelijk aan Fedasil de redenen waarom ze de aanvraag ongegrond vindt bijvoorbeeld omdat er reeds voorstellen tot oplossing zijn gedaan

De effectieve indiening van de aanvraag moet volgens de instructies in ieder geval steeds via de opvangstructuur gebeuren en via de voorgeschreven procedure. Zoniet zal de aanvraag niet behandeld worden.

De aanvraag moet meteen volledig zijn. Enkel indien er nog gewacht wordt op externe medische documenten, in het kader van een medische aanvraag, zal de medische cel een aanvulling afwachten, tot maximum 5 werkdagen na de aanvraag. Bij afwezigheid van aanvulling binnen deze termijn zal het dossier afgesloten worden. Nadien kan het wel terug heropend worden. 

Behandelingstermijn en beslissing 

Er geldt enkel een behandelingstermijn voor transferaanvragen om andere dan medische redenen: binnen maximum 10 werkdagen mag de bewoner een beslissing verwachten. 

De transferaanvraag wordt geweigerd:

  • Fedasil stuurt een gemotiveerde beslissing naar de opvangstructuur die het uiterlijk binnen de tweede werkdag na ontvangst aan de bewoner moet betekenen. 
  • In geval van een aanvraag aangepaste plaats omwille van niet-medische redenen kan het zowel om een inhoudelijke weigering gaan als een weigering omwille van een gebrek aan een aangepaste plaats. In dat laatste geval kan de bewoner ten vroegste 30 dagen na de negatieve beslissing een nieuwe transferaanvraag indienen. 

De transferaanvraag wordt goedgekeurd: 

  • In geval van een medische aanvraag zoekt Fedasil een aangepaste plaats en houdt de opvangstructuur regelmatig op de hoogte van de voortgang daarvan. Er is geen vaste termijn bepaald in de instructie.
  • In geval van een niet-medische aanvraag wordt er meteen een nieuwe plaats toegewezen.
  • Fedasil stuurt een toewijzingsdocument aan de opvangstructuur dat ten laatste de tweede werkdag na verzending aan de bewoner moet betekend worden. 
  • De bewoner heeft in principe drie werkdagen vanaf de betekening om te verhuizen, tenzij er in geval van een medische transfer meer tijd nodig is. 

Wanneer de bewoner de nieuwe plaats weigert kan deze later geen transferaanvraag meer indienen om dezelfde reden tenzij:

  • een andere reden wordt ingeroepen
  • de gezondheidstoestand van de bewoner verslechtert.

De weigering van de toekenning nieuwe plaats moet op het toewijzingsdocument vermeld worden en moet ondertekend door de bewoner worden terugbezorgd aan Fedasil. Er wordt ook een kopie in het sociaal dossier bewaard. 

Transfer

  • De nieuwe opvangstructuur moet op de hoogte gebracht worden van eventuele medicatie of medische afspraken
  • In geval van medicatie geeft de oude opvangstructuur voldoende medicatie mee zodat de bewoner een periode van 5 werkdagen kan overbruggen
  • Het medisch en sociaal dossier moeten doorgestuurd worden naar de nieuwe opvangstructuur ten laatste op de dag van aankomst van de bewoner. Of het kan onder gesloten enveloppe meegegeven worden met de bewoner. 
  • In geval van een NBMV moet de voogd akkoord gaan met de overdracht van het dossier. De opvangstructuur draagt de verantwoordelijkheid van een correcte overdracht van het dossier van een NBMV en niet de NBMV zelf. 

Code 207 Open Terugkeerplaats

De laatste fase van de materiële opvang vindt plaats in de open terugkeerplaatsen (OTP). Aan het einde van het recht op opvang krijg je als uitgeprocedeerde verzoeker om internationale bescherming een nieuwe opvangplaats toegewezen. Dit zijn plaatsen die in de open collectieve centra van Fedasil gereserveerd zijn voor de specifieke begeleiding op het gebied van terugkeer.

Toepassingsgebied

Het gaat om volgende doelgroepen:

  • Bewoners van de opvang met een negatieve beslissing van de RVV ten gronde (weigeringsbeslissing vluchtelingenstatus en/of subsidiaire beschermingsstatus).
  • Bewoners van de opvang met een 26 quater (negatieve beslissing van DVZ in het kader van de Dublin-verordening).
  • Uitgeprocedeerde NBMV die meerderjarig geworden zijn en nog in de opvang verblijven.
  • Bewoners die een uitzondering voor een terugkeerplaats kregen, die ten einde loopt.
  • Verzoekers met een code 207 ‘no show’, die enkel nog recht op opvang hebben op basis van een lopend BGV of omdat ze nog geen BGV gekregen hebben.
  • Families in onwettig verblijf die onder het koninklijk besluit van 24 juni 2004 opgevangen worden, wanneer er geen plaats meer is in het terugkeercentrum van DVZ.
  • Personen die zich aan het terugkeerloket melden voor vrijwillige terugkeer op voorwaarde dat:
    • de vraag tot opvang van de betrokkene zelf komt
    • er een realistische terugkeerintentie is
    • de identiteit van alle gezinsleden gestaafd kan worden met een document uit het land van herkomst
    • de bewoner een formele verklaring ondertekent die stelt dat Fedasil de opvang kan stopzetten als blijkt dat er valse of onvolledige verklaringen zijn of geen bereidheid of mogelijkheid terug te keren
    • de persoon zich de dag van de aanvraag naar de opvangplaats begeeft.

Fedasil ontvangt dagelijks van DVZ informatie over de personen die van de RvV een negatieve beslissing of een 26 quater van DVZ ontvingen. Als afgewezen verzoeker om internationale bescherming krijg je een nieuwe code 207 ‘open terugkeerplaats’ toegewezen. De bestaande opvangstructuur ontvangt daartoe een toewijzingsdocument voor betekening aan de afgewezen asielzoeker. Uiterlijk binnen de vijf werkdagen na de betekening van de toewijzing moet je je in de OTP aanmelden. Zoniet, eindigt de opvang in de bestaande structuur en krijg je een code 207 ‘no show’.

Uitzonderingen

In bepaalde situaties kan je een uitzondering krijgen en wordt de toewijzing aan de terugkeerplaats uitgesteld:

  • Families met schoolgaande kinderen die een negatieve beslissing van de RVV ontvangen tussen 1 april en 30 juni (bewijs van de school nodig)
  • Schoolgaande ex-NBMV die gedurende het schooljaar meerderjarig zijn geworden en die een negatieve beslissing ontvangen van de RVV tussen 1 april en 30 juni. (bewijs van de school nodig)
  • Bewoners met een medische tegenindicatie voor een overplaatsing, of een zwangerschap vanaf twee maanden voor de geboorte of tot twee maanden na de geboorte. (recent medisch attest, of attest van geplande geboortedatum, of geboorteakte nodig)
  • Ouders van een Belgisch kind en hun familieleden. (bewijs van de Belgische nationaliteit van het kind en bewijs van de aanvraag gezinshereniging of 9bis nodig)
  • Bewoners die een aanvraag voor vrijwillige terugkeer hebben ondertekend vóór ze een negatieve beslissing hebben ontvangen van de RVV en die over de nodige reisdocumenten beschikken. Voor deze kan ook een verlenging van het BGV bij DVZ aangevraagd worden. (bewijs van aanvraag vrijwillige terugkeer en reisdocumenten nodig)

Om een uitzondering te verkrijgen, moet je binnen de drie werkdagen na de toewijzing het daartoe voorziene formulier invullen en samen met de nodige bewijsstukken, terugsturen naar Fedasil via het e-mail adres: uitzondering-terugkeerplaats@fedasil.be.

Als het om medische stukken gaat moet je deze ook mailen naar med_doc@fedasil.be. Het onderwerp van de mail moet volgens de structuur “opvangstructuur/tegenindicatie/naam bewoner/OV-nr.” opgebouwd zijn.

Opgelet! Vanaf mei 2019 moeten deze aanvragen, wanneer zij door een derde (voogd, advocaat,...) worden ingediend, ingediend worden bij de opvangstructuur zelf. Die stuurt de aanvraag door naar Fedasil.

Als Fedasil de uitzondering toestaat:

  • verandert ze je code 207 terug naar je huidige opvangstructuur
  • ontvang je meteen een einddatum van het recht op opvang
  • aan het einde van die termijn kan je een nieuwe toewijzing aan een open terugkeerplaats vragen. Je moet dit minstens 5 dagen voor de einddatum doen, via het e-mail adres terugkeerplaats@fedasil.be.
  • als er aan het einde van die termijn nog steeds een reden tot uitzondering bestaat, kan je een nieuwe aanvraag tot uitzondering indienen, minstens 5 dagen voor de einddatum, via het e-mail adres uitzondering-terugkeerplaats@fedasil.be.

Als Fedasil de uitzondering niet toestaat, blijft de code 207 op de open terugkeerplaats en kan je alleen daar materiële opvang genieten.

Bijzondere uitzondering voor bewoners met een 26 quater

Voor bewoners met een 26 quater is er een andere procedure voorzien. Zij kunnen enkele een uitstel van toewijzing aan de OTP vragen ingeval van medische tegenindicatie of zwangerschap/geboorte.

Om een uitzondering te verkrijgen moeten zij:

  • een verlenging van het bevel bij DVZ aanvragen, met de nodige bewijsstukken, via het e-mail adres: sefor.return@ibz.fgov.be
  • een aanvraag tot uitzondering aan Fedasil richten, met de nodige bewijsstukken, via dublin_med@fedasil.be. Het onderwerp van de mail moet de structuur “opvangstructuur/tegenindicatie/naam bewoner/OV-nr.” volgen. Je moet bij deze aanvraag een volmachtformulier voegen, waarmee je als asielzoeker de toestemming geeft aan Fedasil om alle nuttige informatie voor de organisatie van je transfer aan DVZ mee te delen.

Als Fedasil de uitzondering voor iemand met een 26 quater toestaat, moet de transfer naar de bevoegde lidstaat vanuit de bestaande opvangstructuur georganiseerd worden in samenwerking met DVZ en de medische cel van Fedasil.

Wanneer Fedasil de uitzondering weigert, kan de persoon het recht op opvang enkel nog uitoefenen op de toegewezen open terugkeerplaats. De asielzoeker heeft drie werkdagen de tijd om zich toch nog aan te melden.

Meer over de duur van de opvang in de OTP kan je lezen onder “Hoe lang heb je als (afgewezen) verzoeker om internationale bescherming recht op materiële opvang?”.

 

Code 207 no show

In volgende situaties wordt een code 207 no-show opgesteld:

  • je kiest ervoor om niet te wonen in de toegewezen opvangstructuur. De ‘code 207 no show’ wordt automatisch toegekend wanneer je je binnen de 24 uur niet aanbiedt in de opvangstructuur. Wanneer je later toch je recht op materiële opvang wil uitoefenen, kan je je aanbieden bij de dienst Dispatching om een nieuwe 'code 207 opvangstructuur' te krijgen. De voorwaarde daarvoor is dat je asielprocedure nog niet afgelopen is.
  • je hebt een volgend verzoek om internationale bescherming ingediend en Fedasil heeft beslist om je uit te sluiten van het recht op opvang tot het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) je nieuwe elementen ontvankelijk verklaart (art.4 Opvangwet), Je krijgt in dat geval een fictieve toewijzing 'code 207 no show'.

In dit geval kan je je pas terug aanbieden voor een opvangplaats wanneer je nieuw verzoek ontvankelijk is verklaard. Lees hier meer over op de pagina “Heb je als verzoeker om internationale bescherming recht op materiële opvang” (onder rubriek “opvang bij volgende verzoeken".)

In beide gevallen heb je recht op de vergoeding van de medische kosten door de cel medische kosten van Fedasil. Lees hierover meer "Wie betaalt welke medische kosten van een asielzoeker?"
Je hebt ook nog steeds recht op juridische tweedelijnsbijstand (pro deo-advocaat).

 

Extra informatie

 

  • Deze teksten zijn aangeleverd door juristen vanHome
  • Juridische Helpdesk (toets 2 - asielrecht wordt beantwoord door juristen van Vluchtelingenwerk Vlaanderen)