Wat houdt maatschappelijke integratie in? 

Maatschappelijke integratie kan bestaan uit:

  • een leefloon of 
  • een tewerkstelling of 
  • een combinatie van de twee

Leefloon

Het bedrag van het leefloon is afhankelijk van:

  • de leeflooncategorie die op je van toepassing is
  • de bestaansmiddelen waarover je beschikt

Leeflooncategorieën

Je gezinssituatie bepaalt de leeflooncategorie die op je van toepassing is. Elke leeflooncategorie geeft recht op een ander leefloonbedrag.

Er zijn drie leeflooncategorieën:

De 'samenwonende persoon'

Je wordt als ‘samenwonende persoon’ beschouwd als:

  • je onder hetzelfde dak woont met tenminste een ander persoon
  • ‘met wie je je huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelt’.

Het ‘hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen van huishoudelijke aangelegenheden’ betekent volgens de meerderheid van de rechtspraak dat de samenwoonst je een economisch-financieel voordeel oplevert.

Het maakt niet uit welke band je hebt met de persoon met wie je samenwoont. Volgende personen kunnen als 'samenwonenden' worden beschouwd:

  • gehuwden
  • feitelijke partners
  • personen die met drie of meer mensen samenwonen

Samenwoonst veronderstelt een zekere continuïteit.

De samenwoonst wordt vastgesteld in de feiten tijdens een sociaal onderzoek. Een indicatie voor samenwoonst kan bijvoorbeeld zijn: 

  •   de vermelding van beide namen op de deurbel/brievenbus
  •   de vermelding van beide namen op de facturen van nutsvoorzieningen

De 'alleenstaande persoon'

Je valt onder de categorie ‘alleenstaande persoon’: 

  • als je niet 'samenwoont'
  • als je geen 'gezin ten laste hebt'
  • als je dakloos bent én er een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI) voor jou werd opgesteld.

Onder 'dakloze' wordt volgens artikel 1 van het koninklijk besluit tot toekenning door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan bepaalde personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen van 21 september 2004 verstaan:

  • een persoon die niet over een eigen woongelegenheid beschikt,
  • die niet de middelen heeft om daar op eigen krachten voor te zorgen en
  • daardoor geen verblijfplaats heeft of die tijdelijk in een onthaaltehuis verblijft’.

Hieronder valt ook de persoon die voorlopig wordt opgevangen door particulieren die hem tijdelijk en kortstondig uit de nood helpen, in afwachting dat de betrokkene een eigen woongelegenheid kan betrekken.

Een dakloze die op duurzame wijze gaat samenwonen, verliest zijn hoedanigheid van dakloze en kan geen aanspraak maken op het bedrag van een alleenstaande persoon.

De 'persoon met een gezin ten laste'

Je valt in de categorie ‘persoon die samenwoont met een gezin ten laste’ als je samenwoont met minstens een minderjarig ongehuwd kind.

  • Het moet niet noodzakelijk je biologisch kind zijn.
  • Je moet wel instaan voor het onderhoud en de opvoeding van dit kind.

Je wordt ook beschouwd als ‘persoon die samenwoont met een gezin ten laste’ als je samenwoont met een of meerdere minderjarige kinderen én je echtgenoot of partner.

  • Er wordt maximum één leefloonbedrag categorie 'persoon met gezin ten laste' toegekend per gezin. Als je echtgenoot of partner zelf leefloongerechtigd is, wordt zijn recht gedekt door jouw recht op leefloon. Je echtgenoot of partner ontvangt niet een eigen leefloon ‘bovenop’ jouw leefloon.
  • Om leefloongerechtigd te zijn, moet je echtgenoot of partner zelf alle toekenningsvoorwaarden van de Leefloonwet vervullen (werkelijke verblijfplaats in België, meerderjarig of hiermee gelijkgesteld zijn, werkbereid zijn en onvoldoende bestaansmiddelen hebben) met uitzondering van de nationaliteitsvoorwaarde. 
  • Als alleen jij voldoet aan de toekenningsvoorwaarden, dan wordt het volledig bedrag van de leeflooncategorie ‘persoon met gezin ten laste’ uitgekeerd aan jou.
  • Als je echtgenoot of partner ook de toekenningsvoorwaarden vervult, dan krijgen jij en je echtgenoot of partner ieder de helft van het bedrag van de leeflooncategorie ‘persoon met gezin ten laste’ uitgekeerd. 

Leeflooncategorieën toegepast op enkele situaties van samenwoonst

Je woont als leefloongerechtigde onder hetzelfde dak met:

  • een persoon in onwettig verblijf: het samenwonen moet je een financieel-economisch voordeel opleveren om als ‘samenwoonst’ te worden gezien. 
    • Als tijdens het sociaal onderzoek wordt vastgesteld dat de persoon in onwettig verblijf geen inkomsten heeft, wordt de categorie ‘alleenstaande’ toegekend.
    • Als de onwettig verblijvende vreemdeling wel inkomsten heeft, bijvoorbeeld uit illegale tewerkstelling, dan wordt de categorie ‘samenwonende’ toegekend.
  • een persoon die recht heeft op financiële steun: jij én de persoon met wie je samenwoont krijgen elk de leeflooncategorie 'samenwonende'.
    • Als er ook een minderjarig kind is, wordt de leeflooncategorie ‘gezin ten laste’ toegekend.
    • Het recht op financiële steun van de persoon met wie je samenwoont, wordt gedekt door de toekenning van de leeflooncategorie ‘persoon met gezinslast’. Zie boven onder ‘De 'persoon die samenwoont met een gezin ten laste’.
  • een persoon in onwettig verblijf én een minderjarig ongehuwd kind: de leeflooncategorie 'persoon met gezin ten laste' wordt toegekend.
    • De onwettig op het grondgebied verblijvende persoon is niet leefloongerechtigd omdat hij geen werkelijke verblijfplaats in België heeft.
  • een asielzoeker die aan een opvangstructuur/OCMW is toegewezen en een minderjarig ongehuwd kind: de leeflooncategorie 'persoon met gezin ten laste' wordt toegekend.
    • Bij opheffing van de code 207 wordt het OCMW van de gewoonlijke verblijfplaats bevoegd voor de OCMW-dienstverlening.
  • een asielzoeker die aan een opvangstructuur/OCMW is toegewezen zonder een minderjarig ongehuwd kind: de leeflooncategorie 'samenwonende' wordt toegekend.
    • Bij opheffing van de code 207 wordt het OCMW van de gewoonlijke verblijfplaats bevoegd voor de OCMW-dienstverlening.

Bestaansmiddelen

Ook je eventuele bestaansmiddelen bepalen het bedrag van het leefloon waarvoor je in aanmerking komt.

In principe worden alle inkomsten waarover je beschikt in aanmerking genomen om te bepalen of je bestaansmiddelen al dan niet ontoereikend zijn.

Het koninklijk besluit betreffende het recht op maatschappelijke integratie (Leefloonbesluit) houdt bij deze berekening geen rekening met een aantal bestaansmiddelen zoals:

  • maatschappelijke dienstverlening
  • onder bepaalde voorwaarden: gezinsbijslagen
  • studietoelagen
  • onderhoudsgelden

Dit wordt in de artikelen 22 en verder van het Leefloonbesluit bepaald.

Ook de bestaansmiddelen van de personen met wie je samenwoont, kunnen/moeten in aanmerking genomen worden. Dit staat in artikel 34 Leefloonbesluit.

  • Het OCMW moet rekening houden met de bestaansmiddelen van je echtgenoot of feitelijke partner.
  • Het OCMW kan rekening houden met de bestaansmiddelen van je ouders en/of kinderen met wie je samenwoont. 

Leefloonbedragen

Vanaf 1 september 2017 bedraagt het leefloon:

  • 593,13 EUR/maand voor een 'samenwonende'
  • 892,70 EUR /maand voor een 'alleenstaande'
  • 1.190,27 EUR/maand voor een 'persoon met een gezin ten laste'

Blijven je inkomsten onder het niveau van het leefloonbedrag dat op jou van toepassing is, dan wordt het verschil uitgekeerd in de vorm van leefloon.

Het is ook mogelijk dat het leefloon niet voldoende is om je menselijke waardigheid te garanderen. In dat geval kan je bovenop het leefloon een aanvullende financiële steun van het OCMW ontvangen.  

Tewerkstelling

Je kan beroep doen op je recht op maatschappelijke integratie via:

  • tewerkstelling
  • toeleiding tot tewerkstelling
  • tewerkstelling of toeleiding tot tewerkstelling, gekoppeld aan een geïndividualiseerd project maatschappelijke integratie (GPMI)

Jonger dan 25 jaar

Als je jonger dan 25 jaar bent, heb je recht op maatschappelijke integratie door tewerkstelling. Maatschappelijke integratie door tewerkstelling houdt in:

  • een recht op tewerkstelling binnen drie maanden te rekenen vanaf de beslissing van het OCMW over je aanvraag voor maatschappelijke integratie of
  • een GPMI dat moet leiden tot een tewerkstelling binnen een bepaalde termijn

Een GPMI is een overeenkomst die afgesloten wordt tussen het OCMW en de leefloongerechtigde en eventuele derde partijen over:

  • integratie in de maatschappij (dakloze, verslaafde)
  • inschakeling in het beroepsleven via een arbeidsproject, vormingsproject of het volgen van studies

Het OCMW moet je in principe binnen de drie maanden een arbeidsovereenkomst aanbieden. In de praktijk is deze termijn dikwijls niet haalbaar. In de tussentijd kent het OCMW je dan een leefloon toe en sluit het met je een integratiecontract af dat binnen een bepaalde periode moet uitmonden in een arbeidsovereenkomst. 

In drie situaties (artikel 10 Leefloonwet) heb je toch recht op leefloon:

  • in afwachting dat je recht op maatschappelijk integratie door tewerkstelling door het OCMW wordt gerealiseerd
  • als je wegens gezondheids- of billijkheidsredenen niet kan werken
  • als aanvulling van inkomsten uit een tewerkstelling, wanneer deze het toepasselijk bedrag van het leefloon niet bereiken

25 jaar of ouder        

Ben je 25 jaar of ouder? Dan kan het recht op maatschappelijke integratie de vorm hebben van:

  • tewerkstelling
  • toeleiding tot tewerkstelling (bijvoorbeeld sollicitatietips, contact met potentiële werkgevers)
  • tewerkstelling of toeleiding tot tewerkstelling, eventueel gekoppeld aan een GPMI 

Een GPMI is verplicht als je de laatste drie maanden geen recht op maatschappelijke integratie hebt genoten. 

Arbeidskaart

Vreemdelingen hebben in principe een arbeidskaart nodig om te werken als werknemer. In bepaalde gevallen geldt een vrijstelling van arbeidskaart. 

Extra informatie