Sedert mei 2013 worden onwettig verblijvende gezinnen met minderjarige kinderen opgevangen in een open terugkeercentrum met het oog op hun (vrijwillige) terugkeer. Dit gebeurt op basis van een (niet gepubliceerd) aangepast samenwerkingsprotocol tussen Fedasil en de DVZ.  

Er is voorzien in een verplicht terugkeertraject voor onwettig verblijvende gezinnen met kinderen die materiële opvang vragen. Elk gezin dat wordt opgevangen, moet meewerken aan een dergelijk traject. 

Bij aankomst in het open terugkeercentrum informeert de terugkeerconsulent van Fedasil en de coach van de DVZ het gezin over het terugkeertraject dat wordt voorgesteld.  Indien nodig is er een tolk aanwezig op het gesprek.

  • De opvangwet voorziet in opvang in een federale opvangstructuur.

De informatie over het terugkeertraject wordt schriftelijk bevestigd en door alle volwassenen van het gezin mee ondertekend. Dit document bevestigt:

  • De kennisname van het traject en de gevolgen ervan voor het gezin,
  • De verbintenis van de DVZ om geen maatregelen te nemen met het oog op een verwijdering van het gezin tijdens het traject,
  • De verbintenis van Fedasil om opvang en begeleiding aan te bieden.

Er wordt ook een identificatieformulier opgemaakt en ondertekend door alle meerderjarige gezinleden.

Eventueel lopende procedures betreffende de aanvraag voor een machtiging tot verblijf worden door de DVZ prioritair behandeld en het gezin wordt actief geïnformeerd over de mogelijkheden tot vrijwillige terugkeer.

Wanneer het gezin een aanvraag tot vrijwillige terugkeer ondertekent, verlengt de DVZ de termijn van het bevel om het grondgebied te verlaten door de periode die nodig is om de terugkeer te organiseren.

De vrijwillige terugkeer moet plaatsvinden binnen de termijn van het bevel om het grondgebied te verlaten (in de regel 30 dagen). In geval van overmacht kan het gezin aan de DVZ een verlenging van die termijn vragen.

Als het gezin een verblijfsvergunning krijgt, eindigt het recht op materiële opvang. Het wordt dan mogelijk om te werken of OCMW-steun te krijgen in geval van behoeftigheid.

Als de verblijfsvergunning wordt geweigerd, levert de DVZ een bevel om het grondgebied te verlaten af. Het gezin moet zich dan binnen de dertig dagen uitspreken over een vrijwillige terugkeer. Binnen die termijn zal het gezin niet gerepatrieerd worden.

Het gezin kan een verbintenis tot vrijwillige terugkeer ondertekenen. De DVZ verlengt dan het bevel voor de tijd die strikt noodzakelijk is om de terugkeer te organiseren. De vrijwillige terugkeer moet in principe gebeuren binnen de drie maanden na het trajectplan of na het bevel om het grondgebied te verlaten. Bij overmacht kan het gezin vragen om deze termijn te verlengen via een gemotiveerde aanvraag van Fedasil en de DVZ.

Als het begeleidingstraject faalt, kan de DVZ de materiële opvang beëindigen en het gezin vasthouden in het geval:

  • De verblijfsaanvraag werd afgewezen met een bevel om het grondgebied te verlaten en als de vrijwillige terugkeer niet plaatsvindt binnen de toegestane termijn OF
  • Het gezin zijn traject niet aanvat of niet verderzet
  • Tenzij wanneer het gezin niet repatrieerbaar is op grond van:
    • Artikel 3 EVRM (folterverbod) of
    • Artikel 8 EVRM (recht op gezinsleven) of 
    • Omstandigheden buiten zijn wil (vb geen doorgangsbewijs, onmogelijkheid tot vervoer).

Als de DVZ beslist tot vasthouding wordt het gezin daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. De opvangstructuur verwittigt de DVZ als het gezin er niet meer verblijft. De DVZ kan de politie laten optreden. Eerst wordt het gezin overgeplaatst naar een open woonunit. De effectieve terugkeer van het gezin wordt door de DVZ voorbereid. Als wordt vastgesteld dat het gezin toch voldoet aan de voorwaarden voor een wettig verblijf in België, kan een verblijf alsnog worden toegestaan.

Wanneer een gezin een begeleidingstraject al eens heeft doorlopen of heeft afgebroken en zich opnieuw aanbiedt om te worden opgevangen als onwettig verblijvend gezin, wordt het gezin meteen naar een terugkeerwoning van de DVZ gebracht. Als er geen plaats is, gaat het gezin in afwachting daarvan naar een opvangcentrum van Fedasil. Als het gezin het opvangcentrum verlaat en zich nadien opnieuw aanbiedt om opgevangen te worden als onwettig verblijvend gezin, wordt het onmiddellijk overgebracht naar een gesloten centrum.  

Met betrekking tot de gedwongen verwijdering moet het gezin geïdentificeerd zijn of identificeerbaar zijn binnen een maand vanaf de overbrenging naar de terugkeerwoning en moet het gezin verwijderbaar zijn.

Extra informatie