Recht op binnenkomst en kort verblijf

Als derdelands familielid van een Unieburger mag je België binnenkomen en er verblijven voor een periode van maximum drie maanden. Dit is een recht, geen gunst. Hierin verschillen derdelands familieleden van een Unieburger van andere derdelands onderdanen. Om van het recht op binnenkomst en kort verblijf te genieten moet het familielid de Unieburger wel begeleiden of zich (later) bij hem voegen.

Welke familieleden komen in aanmerking?

De volgende familieleden van een Unieburger genieten van het recht op binnenkomst en kort verblijf, samen met de Unieburger:

  • de echtgenoot.
  • de gelijkgestelde partner.
  • de wettelijk geregistreerde partner
  • (klein)kinderen van de Unieburger of van zijn echtgenoot of partner. Vanaf 21 jaar moeten de (klein)kinderen bewijzen dat ze ten laste zijn (van de Unieburger en zijn echtgenoot of partner).
  • (groot)ouders ten laste van de Unieburger of van zijn echtgenoot of partner. 
  • 'andere familieleden' van een Unieburger.

          Je bent een ‘ander familielid’ in een van de volgende situaties:

    • Je hebt een deugdelijk bewezen duurzame relatie met de Unieburger en komt niet in aanmerking als 'wettelijk geregistreerde partner'. 
    • Je bent in het land van herkomst ten laste van of maakt deel uit van het gezin van de Unieburger. Bovendien kom je niet in aanmerking voor gezinshereniging als echtgenoot, gelijkgestelde partner, wettelijk geregistreerde partner, (stief)(klein)kind of (schoon)(groot)ouder van de Unieburger. Je moet een familielid zijn, maar er is geen beperking in de graad van verwantschap.
    • Je hebt, vanwege ernstige gezondheidsredenen, een persoonlijke verzorging door de Unieburger strikt nodig. Bovendien kom je niet in aanmerking voor gezinshereniging als echtgenoot, gelijkgestelde partner, wettelijk geregistreerde partner, (stief)(klein)kind of (schoon)(groot)ouder van de Unieburger. Je moet een familielid zijn, maar er is geen beperking in de graad van verwantschap.

Binnenkomstdocumenten

Om België binnen te komen heb je in principe een geldig paspoort of identiteitskaart nodig.

Als je op basis van je nationaliteit visumplichtig bent voor een kort verblijf in België, dan heb je in principe ook een visum nodig. Toch ben je vrijgesteld van de visumplicht als je een van de volgende documenten hebt:

  • een 'verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie', afgeleverd door België of een andere lidstaat van de Europese Unie
  • een 'duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie', afgeleverd door België of een andere lidstaat van de Europese Unie
  • een geldige verblijfvergunning afgegeven door een lidstaat van de Schengengrenscode

Heb je geen geldig paspoort of identiteitskaart, zo nodig voorzien van een visum? Dan mag je België toch binnenkomen als je een van de volgende documenten hebt: 

  • een vervallen paspoort of identiteitskaart
  • een 'verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie', afgeleverd door België of een andere lidstaat van de Europese Unie
  • een 'duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie', afgeleverd door België of een andere lidstaat van de Europese Unie
  • een ander bewijs van je identiteit en nationaliteit dat aantoont dat je als familielid van een Unieburger geniet van het vrij personenverkeer. De DVZ zal elk voorgelegd bewijs individueel beoordelen.

Als je vrijgesteld bent van de visumplicht krijg je van de grenscontrole in bovenstaande gevallen een bijzonder doorlaatbewijs in de vorm van een bijlage 10quater. Ben je wel visumplichtig, dan krijg je een visum. Als je geen geldig paspoort hebt, krijg je in de plaats van een visum een visumverklaring.

Kan je geen van bovenstaande documenten voorleggen? Dan moet de DVZ je binnen redelijke grenzen de mogelijkheid geven om de vereiste documenten te bekomen of om je ze binnen een redelijke termijn te laten bezorgen. Of je moet op een andere manier de kans krijgen te laten vaststellen of te bewijzen dat je van het vrij personenverkeer geniet. De DVZ moet je die mogelijkheid geven vooraleer je de toegang tot België te weigeren.

Als je België binnenkomt zonder in het bezit te zijn van een geldig paspoort of identiteitskaart, zo nodig voorzien van een visum, dan kan de DVZ je wel een administratieve geldboete opleggen van 200 euro. In de praktijk maakte de DVZ nog geen gebruik van deze mogelijkheid.

Overige documenten

Naast binnenkomstdocumenten moet je ook het bewijs voorleggen van je familieband met de Unieburger. In principe moet je je verwantschap of partnerschap bewijzen met officiële documenten. Heb je een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen.

Als je de verwantschap of het partnerschap onmogelijk kan bewijzen met officiële documenten, dan kan de DVZ rekening houden met 'andere geldige bewijzen'. Meer info hierover vind je in de omzendbrief van 17 juni 2009 (zie vak 'extra info'). Kan je ook geen ‘andere geldige bewijzen’ voorleggen, dan kan de DVZ jou en de Unieburger uitnodigen voor een gesprek. De DVZ kan ook voorstellen om een DNA-analyse te laten uitvoeren.

(Klein)kinderen van 21 jaar of ouder moeten bijkomend aantonen dat ze ten laste zijn van de Unieburger en zijn echtgenoot of partner.

(Groot)ouders moeten bijkomend aantonen dat ze ten laste zijn van de Unieburger en zijn echtgenoot of partner.

Het 'ander familielid' van de Unieburger dat in het land van herkomst ten laste is van de Unieburger moet hiervan het bewijs leveren.

Het 'ander familielid' van de Unieburger dat in het land van herkomst deel uitmaakt van het gezin van de Unieburger moet hiervan het bewijs leveren.

Het 'ander familielid' van de Unieburger dat wegens ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door de Unieburger strikt nodig heeft, moet het bestaan van die ernstige gezondheidsredenen bewijzen.

Het 'ander familielid' van de Unieburger dat een relatie heeft met de Unieburger moet zijn duurzaam partnerschap met die Unieburger bewijzen.

Naast het bewijs dat je een familielid bent van een Unieburger, moet je ook bewijzen dat je een Unieburger in België begeleidt of komt vervoegen. Door bijvoorbeeld een kopie voor te leggen van zijn paspoort of identiteitskaart en een bewijs dat de Unieburger al in België verblijft. Bijvoorbeeld een kopie van zijn bijlage 19. Of een bewijs dat de Unieburger naar België zal komen in de nabije toekomst. Bijvoorbeeld een arbeidscontract bij een Belgisch bedrijf op zijn naam.

De DVZ mag geen andere documenten vragen zoals een bewijs van huisvesting, een bewijs van voldoende bestaansmiddelen, een uitnodiging of een retourticket. Dat heeft tot gevolg dat je als familielid van een Unieburger bepaalde vakken op het visumaanvraagformulier niet moet invullen. Bijvoorbeeld vragen over je huidig beroep en werkgever; over je verblijfplaats in België; over de persoon die je uitnodigt, enzovoort.

Procedure

Een visum kort verblijf voor familie van Unieburgers moet kosteloos en binnen een termijn van 15 dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de aanvrager bewijst dat richtlijn 2004/38/EG op hem van toepassing is, afgeleverd worden. Enkel in uitzonderlijke gevallen, en mét een behoorlijke motivatie, kan deze termijn verlengd worden (artikel 45 Verblijfsbesluit).

Volgens de Europese Commissie moet de lidstaat het visum ten laatste binnen vier weken na de aanvraag afgeven. 

Een lidstaat mag een familielid van een Unieburger niet verplichten om een bepaald soort visum aan te vragen, zoals een visum voor lang verblijf of een visum gezinshereniging. Ook moeten lidstaten de familieleden alle faciliteiten verlenen om de nodige visa te verkrijgen. Volgens de Commissie mogen lidstaten speciale servicelijnen opzetten of een beroep doen op de diensten van een externe onderneming om een afspraak te maken, op voorwaarde dat de familieleden de mogelijkheid behouden om zich rechtstreeks tot het consulaat te wenden. Als het consulaat zelf werkt met een afsprakensysteem, moet het afzonderlijke telefoonlijnen voorzien voor familieleden van Unieburgers tegen het gewone lokale tarief. De beschikbaarheid van die lijnen moet overeenstemmen met de beschikbaarheid van de lijnen voor andere categorieën van aanvragers tegen verhoogd tarief. Ook moeten afspraken onmiddellijk vastgelegd worden.

Het Belgisch consulaat kan het visum kort verblijf ambtshalve afleveren, zonder tussenkomst van de DVZ. Alleen als het consulaat het visum wil weigeren of bij twijfel zal het de visumaanvraag doorsturen naar de DVZ, die een beslissing zal nemen. Sommige consulaten maken alle visumaanvragen over aan de DVZ en leveren zelf, ambtshalve, geen visa af.

Weigering van visum of binnenkomst en einde kort verblijf

België kan je visum, binnenkomst en kort verblijf alleen weigeren of beëindigen in een van de volgende gevallen: 

  • Je hebt niet bewezen dat je een familielid bent van een Unieburger en dat je geniet van het vrij personenverkeer.
  • Je vormt een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De beslissing moet uitsluitend gebaseerd zijn op je persoonlijk gedrag. Een strafrechtelijke veroordeling is niet voldoende. Je gedrag moet een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormen voor een fundamenteel belang van de samenleving. Om die reden mag België niet weigeren je een visum te geven om de enkele reden dat je in het Schengen Informatie Systeem (SIS) gesignaleerd staat ter fine van weigering van toegang tot het grondgebied van de lidstaten. 
  • Je vormt een gevaar voor de volksgezondheid. Alleen als je lijdt aan een ziekte die vermeld wordt in de lijst bij de Verblijfswet, kan je binnenkomst en kort verblijf geweigerd of beëindigd worden. Het gaat om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie of andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten. Je vindt de lijst met gevaarlijke ziekten terug in het vak 'extra info'. Bij ernstige aanwijzingen kan de DVZ je binnen de drie maanden na je datum van binnenkomst onderwerpen aan een kosteloos medisch onderzoek om aan te tonen dat je (niet) lijdt aan een van die ziekten. De DVZ mag deze medische onderzoeken niet systematisch opleggen.

Daarnaast kan de minister of DVZ je kort verblijfsrecht retroactief intrekken als je fraude pleegde die bijgedragen heeft tot de erkenning van je verblijfsrecht. 

Voordat de minister of zijn gemachtigde je binnenkomst weigert, je kort verblijfsrecht beëindigt of intrekt moet het altijd rekening houden met de volgende elementen:

  • de duur van je verblijf in België
  • je leeftijd
  • je gezondheidstoestand
  • je gezins- en economische situatie
  • je sociale en culturele integratie in België
  • je banden met het herkomstland

Tegen de beëindiging of intrekking van je kort verblijf kan je een annulatieberoep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het beroep is automatisch schorsend, maar hierop bestaat een uitzondering.

Melding van aanwezigheid

In principe moet je je aanwezigheid melden bij de gemeente van je verblijfplaats binnen de tien werkdagen na je aankomst in België. De gemeente geeft je dan onmiddellijk een bijlage 3ter af ('melding van aanwezigheid'). Je bent niet verplicht je aanwezigheid te melden:

  • als je logeert in een logementshuis dat onderworpen is aan de wetgeving betreffende de controle op reizigers
  • als je tijdens je reis in België opgenomen wordt voor behandeling in een ziekenhuis of een soortgelijke verplegingsinrichting
  • als je aangehouden bent en in een strafinrichting of een inrichting tot bescherming van de maatschappij gedetineerd bent

Als je je aanwezigheid niet meldt binnen de tien werkdagen kan de DVZ je een administratieve geldboete opleggen van 200 euro. In de praktijk maakte de DVZ nog geen gebruik van deze mogelijkheid.

Recht op meerdere binnenkomsten en korte verblijven

Als je na drie maanden België verlaat, kan je onmiddellijk terug naar België komen voor een nieuwe periode van maximum drie maanden. Eventueel na het aanvragen en bekomen van een visum. Er wordt dus geen rekening gehouden met een relevante tijdsperiode waarbinnen je een verblijfsrecht hebt van maximum drie maanden, zoals bij andere derdelands onderdanen.

 

Extra informatie