Een bevel om het grondgebied (BGV) kan gepaard gaan met een inreisverbod.

Een inreisverbod ontzegt je voor een bepaalde termijn de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van:

  • alle EU-lidstaten (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland),
  • Zwitserland,
  • Noorwegen,
  • IJsland en 
  • Liechtenstein.

Het is ook mogelijk dat je een inreisverbod krijgt waarbij je enkel de toegang tot en het verblijf in België wordt ontzegd. 

Voor wie?

Zowel derdelanders als Unieburgers en hun familieleden kunnen in bepaalde gevallen een inreisverbod krijgen. Er kan echter geen inreisverbod worden opgelegd aan:

  • Derdelanders die de toegang tot het grondgebied geweigerd wordt.
  • Slachtoffers van mensenhandel, die geen bedreiging vormen voor de openbare orde, openbare veiligheid en nationale veiligheid. 

DVZ kan in individuele gevallen beslissen geen inreisverbod op te leggen omwille van humanitaire redenen. Bijvoorbeeld als je een procedure tot gezinshereniging wil opstarten. 

Bij de oplegging van een inreisverbod moet rekening gehouden worden met fundamentele rechten zoals het recht op asiel, recht op privé- en gezinsleven, recht op vrijheid van meningsuiting en religie, vrij verkeer van Unieburgers en hun familieleden.

In welke gevallen?

ALs derdelander krijg je een inreisverbod opgelegd wanneer:

  • Je een vorig BGV niet hebt gerespecteerd
  • Je BGV een termijn van 0 dagen voorziet. Dit is mogelijk in geval van:
    • een risico op onderduiken
    • het niet respecteren van een preventieve maatregel 
    • een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
    • fraude
    • een derde, vierde, ... asielaanvraag zonder nieuwe elementen

De preventieve maatregelen die genomen kunnen worden in een BGV om het risico op onderduiken te voorkomen, zijn:

  • zich aanmelden bij de burgemeester, de politie of de DVZ
  • een financiële garantie stellen
  • een kopie van je identiteitsdocumenten afgeven

Als je de preventieve maatregelen niet respecteert, kan de DVZ je een nieuw BGV met een inreisverbod opleggen.

Als Unieburger of als familielid van een Unieburger kan je een inreisverbod krijgen in geval van:

  • een beslissing tot weigering van verblijf met een BGV om redenen van openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid
  • een beslissing tot beëindiging van verblijf met een BGV om redenen van openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid of om ernstige redenen van openbare orde of nationale veiligheid of om dwingende redenen van nationale veiligheid   

Duur

DVZ moet bij het bepalen van de duur van het inreisverbod een evenredigheidstoets in acht nemen. Dit betekent dat de duur van een inreisverbod moet worden bepaald aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval. DVZ moet de duur van het inreisverbod motiveren. Bovendien moet de duur van het inreisverbod evenredig zijn aan het doel of de reden tot oplegging ervan.

DVZ legt een inreisverbod op met een duur van maximum 3 jaar wanneer:

  • je een BGV kreeg zonder termijn voor vrijwillig vertrek (BGV met 0 dagen)
  • je geen vrijwillig gevolg gaf aan een eerder BGV

In de praktijk houdt de DVZ pas rekening met het eerste bevel dat afgeleverd werd na 1 juli 2012. Dat is de datum van de inwerkingtreding van het Terugkeerbesluit. Op dat eerste BGV staat in principe een termijn van 30 dagen en is zonder inreisverbod, tenzij in geval van gevaar voor de openbare orde. Als je binnen de termijn van 30 dagen geen gevolg gaf aan het BGV, dan levert de DVZ een tweede BGV af met een termijn van 0 tot 7 dagen, met een inreisverbod.

Een inreisverbod van maximum 5 jaar wordt opgelegd als:

  • je fraude pleegde of onwettige middelen gebruikte om een verblijfsrecht te verkrijgen of te behouden
  • je een huwelijk, een partnerschap of een adoptie uitsluitend hebt aangegaan om toegelaten te worden tot verblijf of om je verblijfsrecht te behouden

Als je een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, kan een inreisverbod van meer dan 5 jaar worden opgelegd.

Gevolgen van het inreisverbod

Je mag gedurende de vastgestelde periode het grondgebied van de Schengenzone of van België niet betreden.

Een inreisverbod gaat gepaard met een signalement in het Schengeninformatie-systeem II (SIS II) en in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG). Via deze databanken kan gecontroleerd worden of een inreisverbod werd opgelegd.   

Je mag alleen andere lidstaten doorkruisen als die op je weg liggen om de Schengenzone te verlaten wanneer je gevolg geeft aan het inreisverbod. Je moet kunnen bewijzen dat je de beslissing uitvoert.

Als je een machtiging tot verblijf aanvraagt nadat je een inreisverbod is opgelegd, wordt je aanvraag onontvankelijk verklaard, tenzij het gaat om een asielaanvraag of een aanvraag artikel 9ter.

Op grond van rechtspraak van het Hof van Justitie (HvJ, Commissie v. Spanje, C-503/03 van 31 januari 2006) moet het mogelijk zijn een aanvraag tot gezinshereniging met een Unieburger in te dienen, ook al werd voordien een inreisverbod opgelegd.

Opheffing en opschorting

Je kan opheffing of opschorting van het inreisverbod aanvragen:

  • om humanitaire redenen (bijvoorbeeld medische redenen, specifieke familiale redenen, gezinshereniging, risico op schending van het EVRM). Je kan dit op elk moment aanvragen.
  • om studie- of professionele redenen. Je kan dit aanvragen nadat 2/3 van de totale looptijd van het inreisverbod verstreken is.
  • als je het bewijs kan leveren dat je tijdig gevolg gegeven hebt aan het BGV. 

Als Unieburger of zijn familielid kan je de opheffing of opschorsting vragen na ‘een redelijke termijn’ en zeker na drie jaar vanaf de uitvoering.

Je dient de aanvraag tot opheffing of opschorting van het inreisverbod in samen met je visumaanvraag bij de bevoegde diplomatieke of consulaire post in het buitenland. Alleen als je kan bewijzen dat je tijdig gevolg hebt gegeven aan een eerder afgeleverd bevel, kan je de aanvraag tot opheffing of opschorting samen met je aanvraag tot machtiging tot verblijf of je visumaanvraag rechtstreeks richten aan DVZ.

DVZ neemt een beslissing in het kader van haar discretionaire bevoegdheid. Dat betekent dat je geen recht op intrekking of opschorting kan doen gelden.

De wettelijke behandelingstermijn van de aanvraag bedraagt maximum 4 maanden. Als er niet tijdig een beslissing werd genomen, dan wordt de beslissing geacht negatief te zijn.

Tijdens het onderzoek van de aanvraag heb je geen recht op toegang tot of verblijf op het grondgebied.

Verblijfsrecht en inreisverbod

Je hebt een inreisverbod en een SIS-signalering maar een andere lidstaat overweegt om je een verblijfstitel te geven.

  • De lidstaat moet in dat geval overleg plegen met de signalerende lidstaat en diens belangen respecteren.
  • De lidstaat kent je alleen een verblijfstitel toe wegens humanitaire redenen of internationale verplichtingen.
  • Wanneer een verblijfstitel wordt afgegeven, dan trekt de signalerende lidstaat de SIS-signalering in. Je staat dan niet langer gesignaleerd voor het hele Schengengrondgebied met het oog op je verwijdering. De lidstaat heeft wel de mogelijkheid om je nationaal te signaleren. 

Hetzelfde gaat op als je al een verblijfsrecht hebt en je wordt daarna door een andere lidstaat gesignaleerd in SIS.

  • Ook dan is er overleg.
  • De signalerende lidstaat trekt de SIS-signalering in wanneer je verblijfstitel niet wordt ingetrokken.
  • De signalerende lidstaat kan je wel in zijn nationale signaleringslijst opnemen.

De intrekking van de SIS-signalering houdt automatisch een intrekking van het inreisverbod in. 

Beroep

Tegen de beslissing tot weigering van opheffing of opschorting kan je een beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Ook wanneer die beslissing stilzwijgend was.

Tegen de beslissing tot inreisverbod kan je vanaf de dag na de betekening een annulatieberoep bij de RvV indienen. 

 

Extra informatie